De Kredietcrisis
In de media is men er van overtuigd dat er sprake is van een grote crisis. De werkloosheid zal stijgen en de huizen prijzen zullen dalen.
Het aantal faillissementen en het aantal executieveilingen zal drastisch stijgen. Kortom algehele malaise. Er zijn, heel opmerkelijk, veel mensen, die dit graag geloven. Heel gemakkelijk denkt men dit gaat fout, ik kan er niets aan doen. Hele volksstammen zitten bij de pakken neer. Men heeft er geen vertrouwen meer in en schreeuwt dat van de daken.
Economie is tegenwoordig bijna helemaal een kwestie van gevoel en van vertrouwen geworden. Regelmatig wordt het consumentenvertrouwen gemeten. Een klein aantal Nederlanders wordt gevraagd of ze nog vertrouwen hebben in de economie. Als het aantal mensen, dat zegt geen vertrouwen te hebben daalt, gaat het slecht(er) met de economie.
Ook al gaat het percentage van 80 naar 75%. Het is dus beter in een enquête te zeggen dat u veel vertrouwen hebt, want dan gaat het ook beter.
Het is echter wel een goed idee de zaken positief te blijven benaderen.
De werkeloosheid is deze maand nog gedaald. De rente is laag. De huizenprijzen zijn stabiel. Spaargeld wordt gegarandeerd door de overheid. Men moet de blik op de toekomst gericht houden en niet alleen kijken naar de komende maanden.
De aanschaf van duurzame goederen mag geen probleem zijn.
Men moet niet alleen sparen, maar ook zijn geld uitgeven.
Was het de laatste jaren vooral lenen en kopen, voor de komende jaren zal het moeten zijn sparen, lenen en kopen.
Risicovol beleggen moeten mensen alleen doen met geld, dat ze echt niet nodig hebben en niet binnenkort willen gebruiken.
Van een daling op de beurs moet men geen slapeloze nachten hebben en zeker geen buikpijn.
De huizenmarkt in Amerika is een geheel andere dan in Nederland.
In ons land verstrekken banken hypothecaire leningen op basis van inkomen en de waarde van het onderpand. Bovendien kennen we in Nederland de aftrek van de hypotheekrente en op veel gevallen is de nationale hypotheekgarantie van toepassing. Dat betekent, dat de Nederlandse huizenbezitter in het algemeen weinig risico loopt. Wel is hij met zijn gehele vermogen aansprakelijk voor de schuld op het huis.
Dus als het huis in waarde daalt en de schuld hoger is geworden dan die waarde, moet de schuldenaar/huizenbezitter toch blijven betalen. De huiseigenaar heeft er dan ook alle belang bij zijn huis goed te onderhouden en de waarde te handhaven. Ook zal iedereen steeds proberen aan zijn financiële verplichtingen te blijven voldoen. De Nederlandse bank lijden dan ook weinig schade op de in Nederland verstrekte hypotheken.
In Amerika werden leningen voor huizen vaak verstrekt aan mensen met (te) weinig inkomen en geen vermogen. De rente voor het eerste jaar was vaak laag en vast, bijvoorbeeld 1%, daarna werd de rente variabel.
Uitgaande van een stijgende huizenprijs ging men dan na een jaar naar een andere bank voor een nieuwe lening, weer op dezelfde condities. De financiering was dus in feite steeds gebaseerd op een stijgende huizenprijs. De hoge variabele rente zou men nooit kunnen betalen.
Toen kwam de kink in de kabel: De huizenprijzen stegen niet meer. De mensen moesten de variabele rente gaan betalen. Dat konden ze niet.
Maar in Amerika is men alleen met de waarde van de woning aansprakelijk voor de schuld, dus ligt het risico ligt bij de bank. Huizenbezitters kunnen als ze het financieel niet meer zien zitten gewoon de sleutels in leveren bij de bank en kunnen dan elders opnieuw beginnen.
Voor de Amerikaanse banken zijn deze hypothecaire vorderingen grote risico's. Ze hebben dan ook wereldwijd deze slechte hypotheekportefeuilles verkocht en zo deze vreemde risico's doorverkocht aan andere banken, ook in Europa. Dus als een Nederlandse bank verliezen afboekt op hypotheken zijn dat vaak Amerikaanse hypotheken.
De Nederlandse huizenmarkt en hypotheekverstrekking zit een stuk degelijker in het elkaar.
Het is dan ook nu geen enkele probleem een huis te kopen.
Daarbij moet worden gelet op de volgende punten:
- het inkomen moet voldoende zijn om de rente te kunnen betalen (ook als deze eens wat stijgt), er moet voldoende ruimte zijn om een groot deel van de lening in een periode van 30 jaar te kunnen aflossen (via welk systeem dan ook) en er moet voldoende inkomen zijn om goed van te leven:
- het moet een huis zijn, waar u tenminste de komende zeven jaar wilt/kunt blijven wonen, omdat verkoop binnen die periode wel eens verlies zou kunnen opleveren, gezien de aankoopkosten e.d.
Verder is het van belang positief te blijven. De overheid kan daar aan bijdragen door te zorgen, dat de nettolonen stijgen en goede investeringen te doen, zodat de werkgelegenheid gehandhaafd blijft.
Dat kost de overheid geld. We moeten dan ook niet gaan klagen als de belastingen weer wat stijgen als de economie weer op volle toeren gaat draaien. Het bovenstaande is geen juridisch of economisch betoog. Het geeft in eenvoudige woorden weer hoe het ongeveer in elkaar steekt. Er kunnen geen rechten aan worden ontleend.