Geschiedenis notaris Dedemsvaart

Door de heer Helmuth Rijnhart, betrokken bij de Historische Vereniging Avereest, is een portret gemaakt van de notarissen in Avereest.

Al eeuwen lang hebben mensen de behoefte om de belangrijke afspraken die ze met een ander maken, schriftelijk en in het bijzijn van een onafhankelijke getuige vast te leggen. Want je weet maar nooit wanneer vriendschap omslaat in een conflict. Het notariaat kent een lange ontwikkelingsgeschiedenis. De oude Grieken en Egyptenaren kenden al openbare schrijvers. Via het Romeinse Rijk ontwikkelde dit beroep zich tot het ambt dat we nu nog kennen. Ambt, want de notaris is een door de overheid aangesteld openbaar ambtenaar.
Echter, anders dan de gewone ambtenaar, is de notaris ook ondernemer. Hij wordt dus niet door de overheid betaald, maar door zijn particuliere klanten.

Vanaf ongeveer 1200 verspreidde het notariaat zich over geheel Europa. In de Nederlanden worden notarissen vanaf het einde van de 13e eeuw gezien. Het waren toen vooral geestelijken. Deze notarissen konden toen zowel door de keizer als door de paus als door beiden aangesteld zijn.
Sedert het begin van de 16e eeuw droeg de regionale overheid zorg voor de aanstelling. Sinds die tijd is het ambt steeds meer verwereldlijkt, hoewel de katholieke kerk de functie nog kent. Met de invoering van de Franse wetgeving in 1795 (België, Limburg en Zeeuws-Vlaanderen) en 1811 (rest van Nederland) is de aanstelling een kwestie van de nationale overheid en zijn de bevoegdheden van de notaris ingrijpend gewijzigd.

De taak van een notaris was (en is deels nog steeds) het officieel vastleggen van afspraken tussen personen onderling (bijvoorbeeld een huurovereenkomst waarbij de huurder verklaart het gebruik van een pand af te staan en de huurder verklaart daarvoor een vergoeding te geven) of toezeggingen van een persoon aan derden (bijvoorbeeld een testament). Op dat terrein had de notaris niet het alleenrecht. Een belangrijke concurrent vormde de schepenbank. Burgers konden namelijk ook voor schepenen allerlei contracten en wilsbeschikkingen laten passeren. Dit werd vrijwillige rechtspraak genoemd.
Met de invoering van het Franse systeem kwam een einde aan de vrijwillige rechtspraak door schepenen. Notarissen kregen het alleenrecht openbare verkopingen te leiden. Het overdragen en belasten van onroerend goed kon echter zonder tussenkomst van de notaris. Na instelling van de zogenaamde Hypotheekbewaarder (Franse wetgeving uit 1799) werd het alleen verplicht sommige hypotheekakten te laten registreren.
Akten van overdracht konden geregistreerd worden, maar dat hoefde in eerste instantie niet. Pas in 1825 werd deze registratie verplicht gesteld. De verplichte overdracht voor de notaris bestaat in Nederland pas vanaf 1956. Daarvoor werd echter in verband met de rechtszekerheid al het grootste deel van de overdrachten notarieel vastgelegd.


Kop van akte 19 november 1812 door notaris Johannes Amama Chevallerau te Ommen, waarin den Heere Willem Jan van Dedem in qualiteit als Markten Rigter van den Huizen onder de gemeente Ommen eenige Perceelen boekweit grond verpacht ten huize van Meine Jelkes Kruizinga aan de Nieuwe Vaart. bron: HCO toegang 122 inventarisnr 3019

 

Notarissen hadden en hebben niet het alleenrecht voor een bepaald gebied. Ze mogen vanaf de Franse tijd vrij binnen Nederland opereren. Dat maakt dat het vinden van een notariële akte dikwijls lastig is: de inwoners van Avereest hadden de vrije keuze om naar een notaris in een andere plaats te gaan.

Het repertoire

De overeenkomst tussen notarissen en muzikanten is dat ze beide een repertoire hebben. Bij een notaris is het repertoire, ook wel repertorium genoemd, een boekwerk waarin alle akten die bij hem zijn verleden, staan opgesomd, met een beknopte inhoud van de akte. Deze systematiek is vanaf de franse tijd strikt gehandhaafd. Met behulp van het repertoire kun je relatief snel op zoek naar een bepaalde akte. Elke akte heeft een uniek chronologisch volgnummer en de originele aktes zijn op deze volgorde opgeborgen. Dus als je een akte gevonden hebt in het repertoire, dan is de complete akte ook snel gevonden.
Elke notaris bewaart in principe zijn eigen aktes en dikwijls ook (een deel van) de aktes van zijn voorganger(s). De wet schrijft voor dat na verloop van tijd de aktes worden overgedragen aan het rijksarchief. Zo liggen momenteel de aktes tot 1935 in de rijksarchieven.

Zo vind je in de studiezaal van het Historisch Centrum Overijssel (HCO) fotokopieën van de repertoires van de notarissen in Overijssel. Dikwijls voelt het bladeren in deze boeken toch als zoeken naar een speld in een hooiberg.
Vanwege het belang van deze bron voor historisch onderzoek is er recent een landelijk project gestart waarbij de repertoria van alle notarissen in Nederland worden gedigitaliseerd en uiteindelijk ook in een database toegankelijk gemaakt, zodat je met één simpele zoekopdracht kunt zoeken op naam of soort akte, door alle repertoria van alle notarissen in Nederland.
Voordat dit project is voltooid, zal er nog veel water door de Vecht vloeien. Daarom zijn de repertoria van een aantal, voor Avereest belangrijke, notarissen nu al op internet te raadplegen via www.bonmama.nl. Een (klein) deel van de informatie is inmiddels ontsloten, zodat een zoekopdracht al resultaat kan opleveren. T.z.t zullen deze transcripties worden beschikbaar gesteld aan het HCO, zodat er geen dubbel werk gedaan wordt.

En wie zijn dan die notarissen, die van belang zijn voor de reconstructie van de geschiedenis van Avereest?

Josephus Petrus Johannes de Quaij, Ommen 1811-1812

In 1811 maakte het grootste deel van de latere gemeente Avereest deel uit van het Schoutambt Ommen. In Ommen zetelde ook de vrederechter, waar burgers terecht konden voor “de vrijwillige rechtspraak”. Zo zien we in de periode 1811-1837 een overlap van diensten tussen de vrederechter en de noratis.
In 1811 nam de 26-jarige griffier van het vredegericht, Josephus Petrus Johannes de Quaij, de taak van waarnemend notaris op zich. Op 23 maart 1811 schreef hij z’n eerste akte in, in het Repertoire. Hij noemt zichzelf waarnemende de functie van Keizerlijke Notaris van het Kanton Ommen.
Als hij eind mei 1812 het stokje overdraagt aan de Maire (burgemeester) van Ommen, heeft hij maarliefst 278 actes geproduceerd. Een vliegende start van het notarisambt in Ommen.
De Quaij trouwde in 1811 in Ommen en werd enige tijd later benoemd tot vrederegter, een ambt dat hij tot aan zijn dood in 1839 bekleedde. Vergeet bij een zoektocht in de notariele archieven zeker niet het archief van de vrederegter! Ook zijn repertoire zal op bonmama.nl online worden gezet!

Johannes Amama Chevallerau, Ommen 1812-1832

In 1811 werd de 34-jarige vrijgezel Johannes Amama Chevallerau geÏnstalleerd als Maire (burgemeester) van Ommen. Vanaf 1812 bekleedde hij tevens het ambt van notaris.
Chevallerau is in 1776 in Diepenheim geboren. Zijn vader was daar predikant. Hij kwam in 1789 als 13-jarige jongen met zijn ouders vanuit Reeuwijk naar Ommen, waar zijn vader tot aan zijn emeritaat in 1817 predikant in de N.H. gemeente is geweest.

 


Deel akte 19 november 1812 met handtekeningen van Meine Jelkes Kruizinga, Willem Jan van Dedem
en Johannes Amama Chevallerau bron: HCO toegang 122 inventarisnr 3019

 

Gedurende de Franse tijd was de Franse taal de officiële voertaal van de overheid. Ook de notariële akten en het repertoire werden derhalve in het frans opgesteld. Echter, Koning Willem 1 was koud op Nederlandse bodem, of Chevallerau schakelde om naar het Nederlands. Op 30 november 1813 landde de koning bij Scheveningen. Op 6 december schreef de notaris zijn laatste Franstalige akte en op de volgende bladzijde van het repertoire ging hij naadloos in Nederlands over.

 

 

Boven: de laatste Franstalige bladzijde in het repertoire van Johannes Amama Chevallerau en onder de bladzijde erna, in het Nederlands. Bron: HCO toeg.122-inv.3048

Wat in het repertoire van Johannes Amama Chevallerau afwijkt van die van latere notarissen, is dat hij in de jaren 1812 t/m 1817 telkens na de jaarwisseling de aktes weer vanaf 1 nummerde. Vanaf 1817 heeft hij de aktes doorgenummerd tot nummer 2.524, zijn laatste akte op 19 september 1832. Een week later, op 26 september 1832, is hij overleden, 55 jaar oud. Hij liet een repertoire na van in totaal 3.267 aktes.

Wilhelm Chevallerau, Ommen 1833-1848

Burgemeester Chevallerau had voor zover bekend drie broers. Zijn oudste broer, Francois Wilhelm, is in de Franse tijd ingelijfd in het leger van Napeleon. Hij sneuvelde in de slag bij Beresina, 26-28 november 1812. Diens zoon Wilhelm (1806) werd twee maanden na het overlijden van zijn oom Johannes Amama, benoemd tot notaris te Ommen. Hij schreef op 12 januari 1833 zijn eerste akte in een nieuw repertoire. Hij trouwde in 1844 met Hendrika Johanna Nevels in 1845 kregen ze een zoon. Wilhelm Chevallerau overleed te Ommen op 4 januari 1847, slechts 41 jaar oud. Hij liet een repertoire na van 1936 akten, de laatste schreef hij in op 18 december 1846.

Mr Onno Zwier van Sandick, Avereest en Nieuwleusen 1832-1837

Mr Willem Jan Baron van Dedem en zijn echtgenote, Judith van Marle, hadden vier kinderen; drie dochters en een zoon. Hun oudste dochter, Catharina Susanna Leonora (1806) trouwde in 1806 te Nieuwleusen met Mr Onno Zwier van Sandick, die het jaar ervoor als burgemeester van Avereest en Nieuwleusen was benoemd. Van Sandick was behalve burgemeester ook notaris. Althans, dat maken we op uit diverse advertenties in de Overijsselsche Courant uit die tijd, waar hij optreedt als notaris.


advertentie in de Overijsselsche Courant van 21 november 1837. www.Delpher.nl

In bovenstaande advertentie treedt van Sandick samen met collega Cheverallau uit Ommen op bij het verpachten van de molen aan de Hoofdvaart te Dedemsvaart. Maar er is een vraagteken… In de toegangen op de notariële akten van Overijssel ontbreekt notaris van Sandick. Ook in het archief van de rechtbank, waarin kopieën van de repertoria van alle notarissen per jaar berusten, komt van Sandick niet voor. Het heeft er alle schijn van dat hij nimmer als notaris is beëdigd.

Coenraad Willem baron van Dedem, Avereest en Nieuwleusen 1838-1870

Wat wel zeker is, is dat de enige zoon van Willem Jan baron van Dedem, Mr Coenraad Willem (1811-1870) begin 1838 zijn zwager opvolgde als burgemeester van Avereest en Nieuwleusen en dat hij op 11 april 1838 zijn eerste akte inschreef in zijn repertoire.
In de tussenliggende periode traden de zwagers, beide jurist, samen op, zoals bij de afwikkeling van de boedel van het overleden echtpaar Meine Ilkes Kruisinga en Egberdina Santman.


Overijsselsche Courant 13 februari 1838, www.Delpher.nl

 

Eerste bladzijde van het repertoire van notaris C.W. van Dedem

Mr Coenraad Willem Baron van Dedem woonde in 1850 in Dedemsvaart. Daarmee is hij de eerste notaris die binnen de grenzen van de gemeente Avereest heeft gewoond. Hij trouwde op 15 maart 1849 in Ommen met jonkvrouwe Nicola Joanna van der Wijck, dochter van Jonkheer Mr Hendrik van der Wijck, die ondermeer statenlid in Overijssel was. Ze huurden huize Moerheim, dat in 1849 gebouwd was in opdracht van Jonkheer Gerard Regnier Gerlacius van Swinderen, grootgrondbezitter, die woonde bij Balk in Friesland. Van Swinderen stichtte een moderne landbouwonderneming te Dedemsvaart, ter weerszijden van de Nieuwe Wijk. Op de kop van de Nieuwe Wijk liet hij een groot pakhuis bouwen, dat de naam Rijswijk kreeg. In Dedemsvaart werden zijn belangen behartigd door Ernst Friederich Meijeringh, die op de hoek van de Kalkwijk en de Hoofdvaart (later Moerheimstraat) woonde. Toen van Swinderen in 1848 huize Moerheim liet bouwen was –naar men zegt- zijn plan zich te Dedemsvaart te vestigen. Echter, hij werd in 1849 namens Friesland benoemd tot lid van de Eerste Kamer en besloot zich niet in Dedemsvaart te vestigen.

 


Huize Moerheim te Dedemsvaart, foto 11872 beeldbank Avereest

 

Huize Moerheim was in 1850 waarschijnlijk het meest riante verblijf in Dedemsvaart. Toch bracht het de bewoners geen geluk. Op 3 februari 1850, na een huwelijk van ruim tien maanden, overleed Coenraad’s echtgenote op huize Moerheim tijdens de bevalling van een zoon. Het kind werd levenloos geboren.

 


Deel uit de overlijdensakte van Nicola Joanna van der Wijck, met de aanduiding huize Moerheim

Op 21 november 1851 overleed Willem Jan baron van Dedem. Onmiddellijk na het overlijden van zijn vader vroeg Coenraad Willem ontslag als burgemeester van Nieuwleusen en Avereest. Hij hertrouwde op 2 april 1852 te Veendam met Johanna Catharina Engelkens en het stel vestigde zich op huize de Rollecate te Nieuwleusen, waar in 1 kind geboren is: zoon Willem Jan Baron van Dedem (1853). Op de Rollecate zette hij zijn ambt als notaris voort tot aan zijn dood op 7 september 1870. Zijn repertoire omvat 2.910 aktes. De laatste akte schreef hij in op 3 september 1870, vier dagen voor zijn overlijden.

Hendrik Fabius, Avereest 1861-1864

Op 23 november 1861 schreef Hendrik Fabius, notaris ter standplaats Avereest, zijn eerste akte in het repertoire. Fabius, geboren te Steenwijk in 1825 en zoon van notaris en advocaat Jan Wijbrand Fabius, kwam volgens het bevolkingsregister op 23 mei 1862 uit Steenwijk naar Dedemsvaart en vestigde zich in Hotel Mulder op de hoek van de Markt en de Hoofdvaart. Het is twijfelachtig of deze inschrijving juist is, want op 23 mei 1862 had Fabius reeds 28 aktes gepasseerd.

 


links Hotel Keuken omstreeks 1890, in 1860 was dit het hotel van Wolter Mulder, waar notaris Hendrik Fabius zetelde.
foto 20781 beeldbank Avereest

 


Eerste bladzijde uit het repertoire van Hendrik Fabius, met akte 1 van 23 november 1861, de verkoop van een vaartuig door Jelmer Jacobus Hoekema, touwslager te Avereest, aan Carel Piek te Ambt Hardenberg. Bron: HCO Zwolle toeg.122 inv.nr.345

Alles lijkt er op dat Fabius van plan was zich voor lange tijd in Dedemsvaart te vestigen. In 1863, het jaar waarin hij trouwde met Evelina Gerarda Post, kocht hij een perceel grond aan de westzijde van de N.H. kerk aan de Hoofdvaart. Daar liet hij een prachtige woning bouwen.

 


Herenhuis, gebouwd voor notaris Hendrik Fabius (thans locatie kruisgebouw Hoofdvaart 7), foto 2696 beeldbank Avereest

Waarschijnlijk heeft hij nimmer in deze woning gewoond. Op 16 mei 1864 zette hij na akte nr 163 een punt achter zijn repertoire in Avereest en keerde met zijn vrouw terug naar Steenwijk. Hij verkocht het nieuwe huis aan vervener Hendrik Rudolph Theodoor te Wechel. Later hebben hier diverse burgemeesters gewoond. De aanleiding voor zijn plotselinge vertrek naar Steenwijk was dat zijn neef, Notaris Petrus Jan Fabius, die in 1854 het kantoor van Hendrik’s vader had voortgezet, plotseling overleed op 47-jarige leeftijd. Hierdoor kreeg Hendrik Fabius de kans om in Steenwijk als notaris verder te gaan. Dat heeft hij tot zijn dood in 1879 gedaan.

Johannes Hendricus Egbertus Meesters, Avereest 1864-1898

Notaris Meesters (1835) kwam uit dezelfde kringen in Steenwijk als Hendrik Fabius. Zijn vader was koopman. Zijn broer Jan Rudolph Meesters was burgemeester van Steenwijk van 1873-1887. Meesters was vrijgezel toen hij in Dedemsvaart arriveerde. Hij liet zijn oog vallen op het statige herenhuis op het midden van de Kalkwijk, dat 10 jaar eerder was gebouwd door burgemeester Herman Frederic Deel, die het na zijn vertrek uit Dedemsvaart in 1863 had verkocht aan dezelfde Herman te Wechel die ook de nieuwe woning van Hendrik Fabius had gekocht.

 


De oudst bekende foto van het herenhuis aan de Kalkwijk, dat vanaf plm 1867 werd bewoond door notaris Meesters en zijn gezin. Foto omstreeks 1900 genomen. Foto 9331 beeldbank Avereest

Meesters passeerde zijn eerste akte op 19 september 1864. Hij trouwde in 1867 met Anna Willemina Plomp, dochter van vervener en aannemer van publieke werken Bartholomeus Plomp, die woonde op huize Landzicht aan de Kruisinga’s wijk. Zij was de middelste van zeven kinderen, van wie er vier trouwden. Haar oudere zus Lammiena trouwde met vervener Roelof ten Kate. Haar jongere broer Bernardus trouwde met een dochter van vervener Arend Berends en werd zelf ook vervener. Haar jongste broer Arend Plomp trouwde met een dochter van vervener Berend Berends en was mede-oprichter en directeur van de Dedemsvaartsche Stoomtramweg Maatschappij. Zo had Meesters via zijn schoonfamilie een sterk netwerk in de Dedemsvaartse gemeenschap.
Notaris Meesters kreeg met zijn vrouw 10 kinderen, waarvan de jongste levenloos geboren en een dochter jong overleden. Op begraafplaats de Mulderij staat een heel klein grafsteenje dat herinnert aan dit meisje, Litska Solka Meesters.

 


Graf van Litska Solka Meesters op begraafplaats de Mulderij. Bron: www.bonmama.nl

Het oudste kind van notaris Meesters, zoon Jan, bleef ongetrouwd. Hij werd boekdrukker en zijn vader bouwde voor hem een drukkerij in de tuin van de woning, aan de zuidzijde. In later jaren is een straat aangelegd door de tuin tussen het huis en de drukkerij, vanaf de Kalkwijk tot aan de Markt. Die straat heet nog steeds: Tuinstraat. Na het overlijden van Jan Meesters in 1927 is de drukkerij voortgezet door Spithorst en onder die naam is de drukkerij tot in de jaren ’80 bekend gebleven. Zoon Hendrik bleef ook ongehuwd. Hij was enige tijd ambtenaar ter secretarie in Avereest en werd daarna burgemeester van de gemeente Kuinre en Blankenham. Hij overleed ongehuwd in 1927. De overige kinderen van notaris Meesters zijn allen gehuwd en van Dedemsvaart vertrokken. Meesters bouwde in 34 jaar notariaat een repertoire op van 5.930 akten. De laatste akte passeerde hij op 19 augustus 1898. Een week later, op 26 augustus, overleed hij. Zijn weduwe bleef tot haar dood in 1931 aan de Kalkwijk wonen.

Jan Albertus Berendsen 1898-1935

Notaris Berendsen is geboren te Groenlo in 1869. Hij is de oudste zoon van koperslager Arnoldus Harmanus Berendsen. Zijn grootvader Jan Abertus Berendsen was deurwaarder bij het vredegeregt te Groenlo. En ook zijn vader vervulde die functie in later jaren. Je zou hieruit kunnen concluderen dat Berendsen de juridische zaken met de paplepel mee kreeg. Echter, zijn vader overleed toen hij 12 jaar was op 41-jarige leeftijd. Zijn grootvader overleed toen hij 19 jaar oud was. Wellicht dat die hem heeft aangespoord om het notariaat in te gaan. Zijn andere grootvader, Herman Bernard Fischer, was cichorei-fabrikant in het Overijsselse Borne. Na diens dood in 1869 –kleinzoon Jan Albertus was twee maanden oud- zette zijn zoon Abraham Fischer de fabriek voort tot 1918. Het belangrijkste product van deze fabriek was surrogaat-koffie, wat in de tweede helft van de 19e eeuw op grote schaal gedronken werd. Echte koffie was voor veel mensen veel te duur.

 


De Graafschapbode 29 oktober 1892, www.Delpher.nl

Op 28 november 1898, drie maanden na het overlijden van notaris Meesters, nam de 29-jarige vrijgezel Jan Albertus Berendsen zijn intrek in hotel Baving op de hoek van de Markt en de Hoofdvaart te Dedemsvaart. Dezelfde locatie waar notaris Fabius 37 jaar eerder resideerde. Hotelhouder Willem Baving was eerder dat jaar gehuwd met Hilligje Keuken, jongste dochter van hotelhouder Albertus Keuken, die kort daarna, op 19 april 1899, overleed. Berendsen woonde toen al niet meer in hotel Baving. Hij verhuisde op 11 februari 1899 naar het gezin van zijn voorganger, notaris Meesters, waar hij als kostganger verbleef. Vermoedelijk heeft hij van meet af aan kantoor gehouden in de statige woning aan de Kalkwijk. Jan Albertus Berendsen passeerde zijn eerste akte op 30 november 1898. Toen hij verhuisde naar de Kalkwijk had hij al 79 aktes gepasseerd. Akte 79 –toepasselijk- is de boedelscheiding tussen Albertus Keuken en zijn twee dochters en hun echtgenoten Gerrit Jan Poel en Willem Baving, waarin de nalatenschap van de echtgenote van Albertus Keuken, die in 1896 overleden was, geregeld is.

Aan de Kalkwijk vond Berendsen niet alleen het lijvige archief van notaris Meesters. Hij vond er ook de liefde van zijn leven, de 19-jarige dochter Johanna Magrieta Meesters, 10 jaar jonger dan hijzelf.
In 1900 kocht Berendsen een perceel grond aan de zuidzijde van de Hoofdvaart (later Moerheimstraat), ten oosten van de Nieuwe Wijk, van kweker Jan Daniel Ruijs. Ruijs liet op de hoek van de Nieuwe Wijk een nieuwe woning bouwen, “Huize Paraat”. Daarnaast liet Berendsen een ruime woning bouwen.

Toen de woning gereed was, in het voorjaar van 1901, trouwde het stel –op 19 april-. Uit niets blijkt dat de schoonfamilie zwaar tilde aan het grote leeftijdsverschil van het jonge paar. De vier getuigen waren Bernardus Plomp en Arend Plomp, ooms van de bruid, Jan Meesters en Bartholomeus Meesters, broers van de bruid. En ook haar moeder, Anna Willemina Plomp, was aanwezig tijdens de huwelijkssluiting om toestemming te geven voor het huwelijk van haar minderjarige dochter.
Kort na de huwelijkssluiting nam het stel intrek in hun nieuwe woning.

 


De woning van notaris Berendsen omstreeks 1920, Moerheimstraat 3, foto 11879 beeldbank Avereest

Op 4 februari 1905 beviel Johanna Magrieta Berendsen-Meesters van een levenloos geboren kind. Het kind is bijgezet in het familiegraf van de familie Plomp op de Mulderij. Het grafsteentje is het oudste in Dedemsvaart ter nagedachtenis aan een levenloos geboren kind.

 


Grafsteen voor het levenloos geboren kind van notaris Berendsen in 1905, de Mulderij. www.bonmama.nl

Pas op 6 april 1911 beviel mevrouw Berendsen-Meesters opnieuw van een kind, een meisje, dat de namen Anna Albertha Johanna kreeg.
Op 7 december 1919 overleed notaris Jan Albertus Berendsen. Waarschijnlijk voelde hij zijn einde naderen. Op 19 november passeerde hij zijn laatste akte, nummer 9.868 en op 1 december werd het repertoire opgezonden “den heer ontvanger der lijsten”. Normaal werden de nieuwe inschrijvingen in het repertoire aan het eind van elk kwartaal opgezonden.

 


Algemeen Handelsblad 9 december 1919, www.Delpher.nl

Met zijn bijna 10.000 aktes in bijna 22 jaar was Berendsen bijzonder productief. Maar dat was ook een gevolg van de ontwikkelingen in de maatschappij. In zijn tijd werden er aanzienlijk meer hypothecaire leningen verstrekt dan in de periode ervoor. De algemene toename in welvaart maakte verder dat een grotere groep mensen in hun leven met de notaris te maken kreeg.
Notaris Berendsen is begraven op het oude kerkhof in de Mulderij. Zijn weduwe vertrok met dochter Anne op 29 september 1920 vanuit hun woning aan de Moerheimstraat naar haar moeder, de weduwe Meesters, aan de Kalkwijk. Ze vertrokken begin 1923 naar Utrecht, waar de weduwe hertrouwde met Hendricus Franciscus Johannes Kaub, “esfaileur bij den waarborg”, keurmeester bij de overheidsinstantie die edelmetalen keurde. Zij is in 1965 overleden te Lemele. Haar enige dochter, Dr Anne Berendsenstudeerde kusthistorie en specialiseerde zich op de geschiedenis van woninginrichting. Zij publiceerde talloze boeken over antiek en woninginrichting. Maar haar bekendste boek, in 1947, verhaalde over haar verblijf in het Duitse concentratiekamp Ravensbruck.

Berend Hendrik Kelder 1920-1938

Notaris Kelder is in 1878 geboren te Vriezenveen. Zijn grootvader Berend Hendrik Kelder, naar wie hij vernoemd is, was commies der in- en uitgaande rechten en accijnzen, gestationeerd te Vriezenveen. Zijn vader, Johannes Kelder, was landbouwer te Vriezenveen. Hij trouwde in 1868 op 43-jarige leeftijd met de 21 jaar jongere Jezina Waanders. Zij kregen vijf kinderen waarvan er twee jong overleden, beide jongens met de naam Berend Hendrik. De derde met deze naam bleef leven. Hij werd in 1915 benoemd tot notaris ter standplaats Gramsbergen, na het overlijden van notaris Rambonnet, die daar vanaf zijn trouwjaar 1886 tot aan zijn dood op 1 mei 1915 notaris was.
Na het overlijden van Berendsen nam Kelder het kantoor van zijn collega in Avereest over en hij verhuisde naar Dedemsvaart. Hij kocht de woning van de weduwe Berendsen (Moerheimstraat 3) en verhuisde het notarieel archief vanuit Gramsbergen naar Dedemsvaart. Daarmee verloor Gramsbergen definitief een eigen notaris.
In zijn boekje “Notariële ontwikkelingen in Dedemsvaart” van 2001, schijft notaris Bert Linde dat zijn praktijk nog steeds nazaten heeft van klanten die in 1915 notaris Kelder trouw zijn gebleven en voor hun zaken naar Dedemsvaart kwamen.
Notaris Kelder bleef ongehuwd. Hij passeerde zijn eerste akte in Dedemsvaart op 24 juli 1920. Van zijn repertoire zijn momenteel de meeste aktes tot en met het jaar 1935 openbaar. Eind 1935 passeerde hij akte nummer 7.379. Behalve notaris was Kelder ook directeur van de Onderlinge Verzekerings Maatschappij van IJzeren schepen te Avereest.
Op 18 december 1938 overleed notaris Kelder plotseling.

 


Nieuwsblad van het Noorden 20 december 1938

Van de notarissen na Berend Hendrik Kelder zijn de aktes nog niet openbaar te raadplegen. Ik noem ze chronologisch:

Dirk Gerard Swanenburg de Veye 1939-1966

Notaris Swanenburg de Veye, geboren te Rangoon, Birma (tegenwoordig Myanmar) op 20 mei 1898, is de zoon van een bankier die enige tijd buiten Nederland was gestationeerd. Zijn vader overleed te Arnhem in 1916.
Notaris Swanenburg de Veye trouwde in 1925 in Bloemendaal met Jeanne Louisa Alta. Op 20 juni 1939 kwam hij uit Almelo naar Dedemsvaart en zijn gezin volgde 2 weken later. Hij kocht de woning van notaris Kelder. De jongste van drie zonen overleed in 1943 op zijn 5e verjaardag.
Swanenburg de Veye was actief in verschillende organisaties en hij was enige tijd lid van het hoofdbestuur van de Broederschap der Notarissen in Nederland. Na zijn pensionering in 1966 is het echtpaar Swanenburg de Veye-Alta verhuisd naar Eerbeek.
Deze notaris passeerde 12.608 akten.

Klaas Wesseling 1966-1973

Klaas Wesseling is in 1916 geboren te Dwingeloo. Zijn vader was daar landbouwer. Na de oorlog startte hij op het kantoor bij notaris Swanenburg de Veye te Dedemsvaart, waar hij als kandidaat notaris werkte totdat hij in 1966 het kantoor over nam.
Hij vestigde zich toen in hetzelfde pand als zijn voorganger, Moerheimstraat 3. Wesseling was gehuwd en had vier kinderen. Op 17 februari 1973 overleed hij plotseling. In zijn ambtsperiode passeerde hij 5.471 akten.

Hielke Hebers 1973-1997

Hielke Hebers is in 1932 te Zwolle geboren. Zijn grootvader Hebers was gemeente secretaris in de Gelderse gemeente Epe. Zijn vader was ondermeer verzekerings inspecteur te Zwolle.
Hebers volgde in 1973 notaris Wesseling op. Hij zocht een andere locatie voor het kantoor. Belangrijk daarbij was dat er voldoende kluisruimte moest zijn voor het archief aan akten dat inmiddels fors was geworden. Die ruimte werd gevonden in het in 1962 gebouwde pand van de gemeente spaarbank aan de Julianastraat, een ontwerp van architect Gerrit Rietveld.


Notariskantoor Hebers, Julianastraat Dedemsvaart, foto 5450 beeldbank Avereest

Hielke Hebers heeft tot aan zijn pensionering in 1997 maar liefst 32.181 akten gepasseerd.

Engbert Linde 1997-heden

Notaris Bert Linde (geboren Avereest 1953) is, zoals hij zelf in 2001 schreef bij gelegenheid van de opening van zijn nieuwe kantor aan de Egelantier, meteen na afronding van de MULO in 1971 aan de slag gegaan als hulpje op het kantoor van notaris Wesseling.
In de jaren daarna heeft hij –daartoe in gelegenheid gesteld door notaris Hebers- tal van studies gevolgd om uiteindelijk in 1986 aan de Universiteit Groningen af te studeren, waarmee hij kandidaat-notaris was. In 1997 volgde hij Notaris Hebers op.

De repertoria van bovengenoemde notarissen tot 1935 zijn nu online te raadplegen op www.bonmama.nl. Daaraan zijn en worden de repertoria van meer notarissen toegevoegd die aktes hebben gepasseerd die van belang zijn voor de geschiedenis van Avereest.
Daarbij behoren bijvoorbeeld een aantal notarissen te Zwolle, zoals Mr Isaac Antoni Soetens van Roijen (1800-1868, notaris 1827-1852), de bekende veenbezitter naar wie de van Roijenshoofdwijk te Dedemsvaart en de van Roijenswijk te Bergentheim zijn genoemd. Veel Zwolse veeneigenaren deden zaken met zijn kantoor. Hij stopte als notaris toen hij benoemd werd als Commissaris des Konings te Groningen. Hij werd als notaris opgevolgd door zijn zoon Mr Jan Hermannes van Roijen (1827-1883, notaris 1852-1882).

 


Veiling van roerend goed en drie boeren erven met 600 bunder grond op Den Westerhuis
Provinciale Overijsselsche en Zwolsche Courant 16 oktober 1849

In de komende tijd zullen daar naar verwachting nog repertoria van andere notarissen uit Zwolle, Hardenberg en Gramsbergen aan toegevoegd worden.

Welke informatie vind je in notariële akten?

Er is een grote diversiteit aan akten. Voor familie-geschiedenissen zijn de boedel-inventarissen heel interessant. Van elke kamer in de woning wordt elk voorwerp beschreven en gewaardeerd. Zie bijvoorbeeld bijgaand fragment van de boedelbeschrijving van bakker Nicolaas Rooseboom aan de Kalkwijk, opgesteld door Notaris Meesters op 15 februari 1893 naar aanleiding van het overlijden van zijn vrouw Klaaske Bakker. Op de zolder vinden we een partij lijnkoeken, lampeglazen, klompen, boeken, 5 bedden met toebehoren, een glazenkast, wagen en kist, roggenmeel, weitenmeel, rogge, kippenrijst en koolzuur etc.etc.

 


Fragment van boedelbeschrijving Nicolaas Rooseboom 15 februari 1893, notaris Meesters acte nr 4866, bron: HCO Zwolle toegang 122 inv.nr.387

En verderop in de inventaris zien we de inventaris van de winkel, met onder meer luiwagens, bezems, stoffers en kamerbezems, touw en zeep, kaas en brood, suikergoed, stoet, biscuit en koek, limonade, levertraan, lucifers, lampepitten, eau de cologne, lampjes, glas- en aardewerk, aardappelmeel, sago, olie en loog, zuigflesschen, schoensmeer, kogelblauw, muizentarwe, tabak, etc. etc.

 


Fragment van boedelbeschrijving Nicolaas Rooseboom van 15 februari 1893, notaris Meesters acte nr 4866, bron: HCO Zwolle toegang 122 inv.nr.387

Zo staan de sierraden benoemd, waaronder een Breed Friesch gouden oorijzer met stiften, ongewaarborgd gehalte, honderdtwaalf gram, voor een bedrag van 134 gulden en 40 cent. Verder worden alle vorderingen (134 gulden) en schulden benoemd, bijvoorbeeld een schuld van 122 gulden aan de firma weduwe Douwe Egberts te Joure. Het totaal der bezittingen, exclusief de waarde van het onroerend goed, is geschat op 3.748 gulden. Het totaal der schulden op 4.764 gulden, waarvan het grootste deel bestaat uit een hypotheekschuld van 2.500 gulden aan zijn moeder, de weduwe Rooseboom-van der Heide, op het onroerend goed, dat hij op 23 mei 1890 van zijn moeder kocht. Daarbij wordt verwezen aan de betreffende notariële acte. Die vinden we in het repertoire onder nummer 4266 en uit het repertoire lezen we dat het onroerend goed is verkocht voor de prijs van 3.000 gulden. Als we die waarde meenemen dan is de conclusie dat de boedel van Rooseboom in 1893 ca 2.000 gulden positief bedraagt.

Ook heel interessant zijn de boedel-scheidingen, waarin in detail is opgesomd hoe de boedel tussen erfgenamen verdeeld is.
Daarnaast zien we de openbare verkopingen van roerend goed (“dingen”), onroerend goed (grond en opstallen) en vaartuigen. De verkoop van onroerend goed en vaartuigen werd meestal in twee gedeelten gehouden. In het eerste deel werden de goederen ingezet, waarvan dan een acte van Inzate werd gemaakt.
We zien onderhandse verkopen, leningen, leningen met hypothecaire verplichting, waarbij er onroerend goed als onderpand wordt gesteld. Dat wordt niet alleen door banken gedaan, maar ook veelvuldig door particulieren onderling. Vergelijkbaar zijn de geldleningen met scheepsverband, waarbij een schip met inventaris als onderpand geldt voor een geldlening. Deze actes komen in Avereest veelvuldig voor vanwege de aanwezigheid van scheepswerven. De meeste schippers hadden niet het geld op de plank liggen om een nieuw schip te laten bouwen.
Als uiteindelijk de lening was afgelost, dan werd een acte van Royement opgesteld, waarmee het hypotheek of scheepsverband beëindigd werd.
Verder zien we aktes van huwelijkstoestemming, vooral bedoeld voor huwelijken waarbij de ouders vanwege de afstand niet in staat waren bij de huwelijksvoltrekking te zijn, maar ook gebruikt als de ouders –om welke reden dan ook- niet bij de huwelijksvoltrekking aanwezig wilden zijn. Verder niet te vergeten de testamenten, de huurcontracten, aktes van stichting van een firma of vereniging en de wisselprotesten, een formele vastlegging van een wanbetaling.
En met deze opsomming ben ik verre van volledig.

Op de website www.bonmama.nl zijn de repertoria van genoemde notarissen nu te raadplegen. Net als de andere bronnen op bonmama.nl zullen ook de repertoria worden getranscribeerd, waardoor ze met een zoekfunctie kunnen worden doorzocht. Ook zullen de personen die in de repertoria en aktes voorkomen worden gekoppeld aan de Genealogische Database Avereest, die inmiddels meer dan 80.000 unieke personen bevat.

Helmuth Rijnhart
Historische Vereniging Avereest

De oorspronkelijke versie van dit verhaal is in 2015 gepubliceerd in “De Kroniek”, het kwartaalblad van de Historische Vereniging Avereest.